Transalp 1990Na twee dagen reizen komen we in Briancon aan. Geen sneeuw, geen wedstrijdorganisatie, maar wel een fraai
sporthotel, waar ze bij navraag wel het een en ander over de wedstrijd
weten. Maar geen kamers, alles is vol en de organisatie heeft pas
voor vrijdag gereserveerd. Maar we mogen ons wel douchen en de tent in
de tuin opzetten. Nou ja, voor ons geen probleem. Dit is het begin van een voor ons nieuw avontuur. Een sledehondenwedstrijd over negen dagen, dwars door de
Franse Alpen, beginnend in
Briancon en de finish in Megeve. Nadat we ons in september ingeschreven hadden voor deze
wedstrijd, die voor de eerste keer georganiseerd werd, zijn we direct
met de training van de honden begonnen, welke een beetje te vergelijken
is met de training van een marathonloper, rustig aan, beginnen met
afstanden tot 6 km per training en dit bouwen we op tot 35-40 km per
training, 4 a 5 keer per week in januari. Tevens hadden we ingeschreven voor tweedaagse lange
afstandwedstrijden in Duitsland en waren we geselecteerd voor het E.K.
die in Zwiesel ( B.R.D.) gehouden werd. Wel, dit alles viel wat tegen,
in Nederland te warm weer, en in Duitsland allen wedstrijden afgelast
door gebrek aan sneeuw. Alleen in Zwiesel hadden we geluk, daar viel
vier dagen voor de wedstrijd 30 cm. sneeuw. Overdag lichte dooi, ’s
nachts lichte vorst, perfect dus. Zwiesel drie dagen, 20 km per dag, de
honden liepen goed: snel ritme bergop, rustige galop op de
vlakke stukken en het belangrijkste, 10 honden die samenwerken
als een team. En dat is de kracht van een goed lopend span. We behaalden
dan ook een zeer goede 2de plaats. Kennelhoest is een besmettelijk virus dat bij honden
irritatie in de keel veroorzaakt en bij enige inspanning gaan de honden
kuchen. Direct gestopt met trainen en voordat het bij de honden over
was, waren we 10 dagen verder. Direct daarna werden de teefjes loops.
Dat betekent onrust, wedijver, niet eten en slapen; kortom niet echt een
goede voorbereiding voor een zware wedstrijd. Een dag voor vertrek was
iedereen weer een beetje gekalmeerd en op woensdag vertrokken we dan
naar Frankrijk. Voor ons valt er een brok spanning weg. Obelix en Qanaq, de
beide leidhonden hebben goed geluisterd, geen bochten gemist en de druk
van negen gillende en krijsende honden achter hun rug, goed gedragen.
’s Avonds werden we aan de burgermeester en nog enkele plaatselijke
hoogheden voorgesteld en kregen we van de stad Briancon een koud buffet
aangeboden. Zondag 2e etappe 18
maart 1990 Briançon – Les Drayeres Vandaag een van de langste etappes: 31 km. Van 1600 meter langzaam stijgen naar 2160 meter De eerste vier kilometer van de etappe zijn etappe zijn
geneutraliseerd, want er schijnen hier en daar wat stukjes pad zonder
sneeuw te zijn, zegt de wedstrijdleiding. We moeten allemaal rustig
achter elkaar lopen, dan na 4 km. volgt de officiële start. Maar hoe
kunnen ze denken, dat al deze honden die alleen maar hard vooruit
willen, rustig lopen. Chaos alom, de teams gaan links, rechts, komen
elkaar tegen; kortom alles loopt door elkaar. Na geruime tijd zoeken,
vind ik toch het juiste pad, gaat over het stukje pad zonder sneeuw, dat
blijkt een stukje asfalt te zijn van 2 km. lang, gelukkig bedekt met
stro. Voor mij wordt dit in hoog tempo 2km bergop rennen. Buiten adem,
kom ik bij de start, geen tijd om bij te komen, aftellen en gaan. Na een
kwartiertje vind ik het juiste stepritme, de honden gaan in een
prachtige draf. Langzaam verandert het landschap, we komen boven de
bomengrens, hier en daar moeten we om grote rotsblokken heen. Het pad
stijgt, soms langzaam, soms wat steiler. De honden blijven goed gaan en
na zo’n twee uur lopen, zie ik in de verte
een hut, daar is ook de finish. Het is een plateau, een paar
honderd meter onder de toppen. Deze nacht moeten we in de tenten blijven
slapen en enkele tenten zijn al opgezet. Er staat hierboven een stevige
wind en het sneeuwt licht. Snel zet ik de tent op, het is belangrijk dat
ik mijn spullen droog houd, want als al mijn kleren nat worden kan dit
heel nare gevolgen hebben in deze kou. Een mens zonder warme huskyvacht
zou snel dood vriezen. De honden zet ik aan een z.g. stake-out, dit is
een lange kabel met voor iedere hond een dwarsketting. Na een uurtje
geef ik ze voer, veel water en een extra portie vet. Ze kijken nog een
kwartiertje naar mijn gerommel in en
rond de tent en geloven het verder wel. Ze graven een holletje,
rollen zich daar in op, neus onder de staart en zo laten ze zich
onder sneeuwen, zo, die zie ik niet meer voor morgenochtend. Na het eten, klaargemaakt op de benzinebrander ( andere
kooktoestellen zouden bevriezen), een klein houtvuurtje gemaakt om een
beetje warm te blijven. Nog een klein flesje wijn in de bagagezak
gevonden en samen met een paar collega-mushers een gezellig, soms pittig
gesprek gehad, uiteraard over honden. Wanneer komt er eens een Europese
taal, Frans, Duits Engels, Spaans en Hollands door elkaar praten is erg
vermoeiend. Af en toe steekt er een hondenkop uit een hol, kijkt een
beetje bedenkelijk naar al die drukke bazen en verdwijnt weer snel.
Tegen negen uur de slaapzak opgezocht en in een ruk doorgeslapen tot zes
uur. Maandag 3e
etappe 19 maart 1990 Les Drayerez – Valloire Zo rond zes uur word ik wakker door een enorm gejoel van de honden, vermoedelijk is er een begonnen en dan doen alle honden mee, zo’n driehonderd honden, joelend, hoog in de bergen dat is een overweldigend geluid. Snel opgestaan, het is behoorlijk koud, 10 graden onder nul. Ontbijt gemaakt, voor de honden droge brokken, vlees en veel
bouillon om het grote vochtverlies op te vangen, voor mezelf veel thee
en cruesli. Dan de boel opruimen, alle zaken moeten op hun eigen plek in
de bagagezak op de slee, zodat ik die weer blindelings kan pakken.
Daarna kijk ik de hondenpoten na, of er geen sneetjes of kloofjes in de
voetzolen zitten, die ontstaan soms door het lopen over harde sneeuw of
ijs. De honden die iets hebben, krijgen een sokje aan, deze sokjes zijn
van dun, sterk nylon en hebben geen invloed op het lopen. De eerste
start is om tien uur, ik ben om kwart over tien aan de beurt. Tijdens de
trainingen in Holland oefenen we ook op de startprocedure, als ik het
alleen doe, ben ik 12 minuten bezig. Om tien uur begin ik dus, eerst Obelix, de leidhond en hem
geef ik het commando line-out. Hij blijft dan rustig staan en houdt de
treklijnen strak. Daarna de rustigste honden. De gehele tijd moet ik een
goed overzicht houden op de honden, die al ingespannen zijn en de honden
die nog aan de stake-out staan. Er zijn hier zo hoog in de bergen geen
bomen waar ik de zaak aan kan vastbinden, dus staat de slee enkel vast
op het sneeuwanker, die ik gisteravond in de goede richting vastgezet
heb en daarna overgoten met wat water zodat hij vastgevroren zit, hoop
ik. Als alle honden ingespannen zijn moet ik de stake-out nog inpakken
en in de sleezak opbergen, dit is altijd het kritieke moment,
het team is op volle sterkte en als de honden allemaal tegelijk
in de touwen beuken, trekken ze waarschijnlijk de hele boel aanflarden. Pffffff, alles zit er in en terwijl ik de zak dichtrits,
krijg ik een stomp op mijn schouder “dix
secondes” wordt er gebruld. Door het gejoel kunnen we elkaar amper
verstaan. Ik probeer het anker los te krijgen, “verdorie” die zit
echt goed vastgevroren, een paar flinke schoppen ertegenaan. Ik hoor in
de verte de starter “Go” roepen, eindelijk schiet het los en met
drie kilo ijzer slingert en stuitert achter mijn benen, vlieg ik over de
startlijn. Als de honden een paar honderd meter gelopen hebben, worden
ze wat rustiger en kan ik het sneeuwanker binnen halen en veilig
opbergen. Op papier een makkelijke etappe, eerst 6 km. klimmen (10%) en
dan geleidelijk naar beneden. De honden gaan goed, een mooi ritme naar
boven en al snel haal ik verscheidene teams in, dan gaan we over de top
van de Col de Rochilles op 2500 meter. Als we de top over
zijn, lopen we over een plateau met prachtige vergezichten. De trail is
hier niet zo goed, diepe pulversneeuw en de iets kleinere honden moeten
hier hard werken. Dan een klein heuveltje over en ik kijk recht in een
dal diep onder me, ik verscheidende teams onder mij langs de bergwand
afdalen. De honden schieten in volle galop naar beneden rond de 40 km.
per uur. “Een haarspeldbocht”, ik sta met twee benen boven op de
rem. De leidhonden razen de bocht door zonder snelheid te verminderen,
het tweede koppel loopt iets dichter in de bocht en het derde en vierde
koppel ook. Als ik aan de beurt ben met de slee, dit is 15 meter achter
de leidhonden, klap ik anderhalf tot twee meter recht naar beneden, ik
hoor de zware slee kraken en kreunen, ik krijg het er warm van! Dan
knallen we weer 300 meter naar beneden en nog een haarspeld en dan nog
een, dit duurt zo’n 4 km.lang, ik hoop dat de slee het uithoudt. Dat
mijn voorgangers het net zo moeilijk hebben gehad, zie ik aan de
verloren bagage: een zakje voer, een paar pakjes boter en een stel
sneeuwrackets. De laatste paar kilometer gaan gelukkig over een pasweg. De finish is in Valloire
een mooi skistadje, hier
kregen we een lunch aangeboden. Deze morgen was ook mijn handler uit
Briancon aangekomen, zij moest nl. iedere dag met de auto naar de
volgende etappeplaats rijden. Als ik met de slee 20 km. binnendoor ging
moest zij met de auto 60 a 70 km. om de bergen heen rijden. Deze avond
zou er weer een etappe zijn van 16 km. van Valloire naar Valmeinier.
Dus na de lunch de honden verzorgen, voeren en pootjes nakijken. De
voetzolen van onze honden zijn nog helemaal gaaf. De start zou om 19.00
uur zijn bij de skilift. Dus lopen in het donker. De route wordt dan
uitgezet met reflectors, rode voor
de bochten en witte voor rechtdoor. Wij gebruiken dan een hoofdlamp. Op zulke tochten hangt veel van je leidhonden af, die moeten
dan perfect luisteren maar ook vaak eigen initiatief tonen vooral bij
scherpe bochten en obstakels. Ik ben dan ook alleen op hem
geconcentreerd, bovendien hebben we ook reflectors op zijn harnas
genaaid, zodat ik al zijn bewegingen kan volgen. Rond 18.00 uur zijn we naar de start gereden midden in het
dorp. Enorme drukte daar, smalle straatjes, veel auto’s opstoppingen
en duizenden mensen op weg naar ons startgebied. Uiteindelijk toch een
plaatsje gevonden. Onderaan de skipiste zou de start plaats vinden. Aan
de zijkanten ziet het zwart van de mensen, geluidswagens, Tv-mensen, een
enorme heisa is het daar. Dan een gerucht “de trail wordt ingekort”
nog een gerucht, “we lopen alleen de skihelling af”. Organisatoren
rennen heen en weer, heftige
discussies, dan vlak voor zevenen, een officiële mededeling
“definitief afgelast”. Wat was er aan de hand? Om in Valmeinier te
komen moesten we de skihelling op 5 km. klimmen en over de zuidelijke
helling naar beneden en dit gaat zondermeer met hoge snelheden. Deze
zuidelijke helling was door de zon overdag volledig verijsd, met
daglicht lopen zou het gevaarlijk zijn, maar in het donker
levensgevaarlijk!!! De plaatselijke organisatie wilden in verband met de
reclame, de TV en al die duizenden toeschouwers de wedstrijd perse door
laten gaan. Ik neem mijn petje af voor de wedstrijdleiding die ondanks
alle druk van buitenaf zei: “nee, afgelopen, te gevaarlijk”. Als pleisters op de wonden hebben we toen wat
demonstratieteams samengesteld, zodat al die mensen niet voor niets
gekomen waren. Daarna met de auto naar Valmeinier, waar de start van de
volgende dag zou zijn. Na het diner trailbespreking voor de volgende
dag. Nu is ons Frans niet zo best dat we alles kunnen volgen, maar wat
we wel verstonden, was dat het ging over steile klim,
nog steilere afdaling, reddingshelikopters de hele dag in lucht,
gebroken benen en nog wat rampen. We sliepen in een vierpersoonskamer
samen met René en zijn helper Cor, ook twee Nederlanders. De spanning
voor de dag van morgen en het gestadig bomen zagen van Cor hebben ervoor
gezorgd dat we deze nacht weinig geslapen hebben. Dinsdag 4e
etappe 20 maart 1990 Valmeinier –
Valfrejus 20 km. Halfzes opgestaan, snel ontbeten en de honden verzorgd. De start is om 9.00 uur. De meeste deelnemers zijn niet meer
aanspreekbaar, er heerst een algemene ongerustheid voor wat de dag zal
brengen. De honden hebben nergens last van, ze zijn blij dat ze weer
mogen lopen en joelen er lustig op los. We spannen 10 honden in, Pepper,
een van de wheeldogs, dat zijn de honden die vlak voor de slee lopen en
die hebben het zwaarst te verduren,
leek ons nog niet genoeg uitgerust en het leek ons verstandig om
op deze zware dag alleen 100% fitte honden in te zetten. Dit betekende
wel dat hij de verdere wedstrijd niet meer mee mag lopen. Dan gaat het
los, over de skihelling naar boven, daar aangekomen een plateau, de hoek
om en dan, 30% naar boven, soms slingerend, soms loodrecht naar boven,
schuine kanten waar de slee naar beneden glijdt, er is duidelijk
geen trail meer, alleen om de 50 meter een vlaggetje. Op de slee staan
is er niet meer bij, lopen duwen, tussen de honden meetrekken, vaak zak
ik kniediep in de sneeuw, als ik naar boven kijk, zie ik de andere teams
zwoegen. De honden lopen goed, langzaam maar werkend als een. Af en toe kijkt Obelix om, “Ja, Blix, ik werk heus wel
mee”, de lucht wordt ijler en ik moet naar adem snakken. Maar de top
komt in zicht en in de verte zie ik verscheidende teams stilstaan,
nog even de tanden op elkaar zetten. Dan sluit ik achteraan. Waarom staat iedereen hier stil, ik
weet het niet maar ik ben blij dat ik even kan uitrusten, 1100 meter
stijgen binnen 4 km., dat valt niet mee. Als ik naar beneden kijk, zie ik diep onder me Valmeinier
liggen, boven me alleen maar kale rotsen en blauwe lucht. Af en toe
scheert er een helikopter boven onze hoofden, in de deuropening hangt
een cameraman. Langzaam schuift de file op. Ik gebruik de pauze om de
honden wat water en snacks te geven. Per hond 300 gram hondenworst
en kippenvellen. Dan sta ik op de top en staar in een afgrond, 70
meter diep, 80 graden steil. Wat gaat hier gebeuren, wel dat wordt me
snel uitgelegd. “We binden een touw aan de slee, jij gaat naar de
leidhonden, een hand aan de treklijn, andere hand aan het voorlijntje
waarmee de voorste honden aan elkaar vastzitten, over de rand naar
beneden en wij laten je langzaam zakken”. Voorzichtig vraag ik nog
naar mijn zekering, “niet nodig, je
houdt je maar vast”. Het zweet loopt over mijn rug en niet van
inspanning, en nu “Go”. Ik stap terug over de rand met mijn rug
naar onderen toe en loop achterwaarts naar beneden. De honden
volgen, ze lopen hangend in hun harnassen naar beneden. De mormels
schijnen het leuk te vinden, ik zie tenminste een paar staarten zwaaien.
Langzaam zakken we naar beneden, nog
een meter of 20 en dan stoppen we, “het touw is tekort, we doen even
een stukje erbij”, wordt er geroepen. Nou ja, die jongens zijn ervaren
berggidsen, die zullen wel weten wat ze doen. Dan zijn we beneden. Ik
loop snel de honden na of niemand verward zit in een treklijn, alles
O.K. en daar gaan we weer, over een schuine plateau, weer een steile
afdaling, twee benen op de rem, kont in de sneeuw en beneden zijn we
alweer. Dan wordt de trail recht dit moet Lac Bissorte
zijn, een klein bergmeertje op 2100 meter onder aan de Col des Marche, de berg waar ik net vanaf kwam. Ik laat de honden rustig
draven, zodat we allemaal wat kunnen rusten, voor de volgende klim die
elk moment kan beginnen. De kaart klopt. We gaan weer naar boven, naar
de Col des Sarrasins op 2840 meter. Deze klim is niet
zo moeilijk als de klim naar de Col des Marche, maar toch nog 4 km. van
22%. Ik heb hier wat meer tijd om tijdens het lopen rond te kijken, wat
een eenzaamheid, absolute stilte geen bomen geen vogels en ook geen
sporen van andere dieren, alleen maar sneeuw en rotsblokken. Ik vraag me
af of hier ooit wel eens iemand komt. Links en rechts steile wanden,
door een soort kloof klimmen we naar boven, soms wat steil dan weer met
lange slingers langs de bergwand. Dan draaien we een soort haaiengebit
in, 10 of 11 scherpe punten in een halve rondte, netjes naast elkaar.
Dit moet de Col des Sarrazins zijn. Aan het einde van het gebit zie ik
een ronde vlek, dichterbij gekomen zie ik dat het een van de berggidsen
is, en hij weet het!!!!! “From now only down”. En inderdaad, naar beneden,
maar niet zo eenvoudig. De trail gaat overlangs schuine
hellingen, ik moet de slee kantelen en op
een glijder
balanceren, soms zwier ik naar beneden, enkele malen zo erg, dat alleen
de leidhonden nog op de trail staan, dan weer ploeteren om op de trail
te komen, dit is nog zwaarder dan de vorige klimpartijen. Vooral de
wheeldogs krijgen het hier zwaar te verduren. Na een uurtje zweten en
stampen door zachte sneeuw, glibberen over ijskorsten, rakelings langs
diepe ravijnen kom ik in een bergdorpje La Lavoir. Hier komt ook weer
wat leven in de wereld, eerst wat dorre struiken waar we dwars doorheen
gaan, want een echte trail is er niet meer, diverse sporen lopen door
elkaar, haarspeldbochten, over een smal bruggetje over een riviertje,
(later hoor ik dat René tot zijn middel hierin gestaan heeft) en
eindelijk na een berghut op een langlaufloipe die naar het dorpje
Valfrejus leidt, waar intussen ook mijn handler met de auto is
aangekomen. Terugblikkend op deze dag, zonder meer de zwaarste etappe
tot nu toe, grote voldoening
bij alle deelnemers die hem hebben uitgelopen,
geen enkel ongeluk met hond en mens en voor ons een mooie achtste
plaats in het klassement. Dit alles is een van de mooiste gebieden van
Frankrijk, wat zijn wij apetrots op onze honden die dat toch maar
geflikt hebben. Woensdag 21 maart 1990 5e et. Saint Colomban les Villards– Saint Sorlin d’Arves 20km Vandaag weer om halfzes opgestaan. Om in de volgende
startplaats te komen moeten we eerst 70 km. met de auto rijden. De start
is iets naar boven verlegd wegens gebrek aan sneeuw. Daar aangekomen
ziet het er chaotisch uit, alle
deelnemers moeten achterelkaar op een smalle weg parkeren, honden
uitlaten, sleden inpakken, maar met een beetje duwen en trekken komen we
toch op tijd met onze tien honden aan de start. Het is warm en de trail
is zacht en er zijn diepe plassen water,
de honden ontwijken ze behendig,
maar de slee plenst er dwars doorheen en algauw staan mijn
schoenen vol met water. Vandaag een rustige klim van 10 km. over de weg
naar boven en al snel bereiken we de top van de Col du Glandon.
Hierboven zijn werkelijk prachtige vergezichten en ik neem ven de tijd
om hiervan te genieten, het lijkt een prachtige dag te worden. De meeste
deelnemers doen het op hun gemak en ik zie zelfs een van de Belgen een
shaggie draaien. Na de col du Glandon nog een twee kilometer klimmetje
naar de Croix de Fer en volgens de routebeschrijving zouden we vanhier
het laatste stuk rustig afdalen naar de finish. Maar de organisatie had
a la minute een beter plan bedacht. Omdat
er beneden de 1600 meter geen sneeuw meer lag, hebben ze de trail
iets verlegd. De trail gaat de weg af en verder over een plateau, niet
recht maar heuveltje op en af. Naar beneden in volle galop, naar boven
sjouwen en duwen. In plaats van vergezichten zie ik nu alleen nog maar
sterretjes voor mijn ogen. De sneeuw is zacht en diep. Dan zie ik een bordje: piste noir, en daar klap ik met tien
honden en een zware slee naar beneden,
snel laat ik de sneeuwkettingen om de runners glijden en met twee
benen op de rem is de slee aardig te controleren. Diep beneden me zie ik
een berghut met een terras vol met mensen, dan halverwege
de skipiste een bordje rechtsom, het zweet breekt me uit, de
honden hebben die mensen ook gezien en denken dat daar misschien de
finish is en op deze steile afdaling is niet meer te stoppen voor ik
beneden ben en dan zal ik terug naar boven moeten klimmen. Ik brul het
commando “Gee”, god zij dank, Obelix scheurt de bocht door, ik kan
wel zingen van vreugde, maar geen tijd, slingerend en vallend bonken we
de helling af door een smal valleitje en dan staan we voor een soort
muur, geen trail meer te zien alleen in de verte boven een trail
vlaggetje, ik besluit min of meer zigzaggend naar boven te klimmen, voor
en achter het team flitsen skiërs voorbij, hierdoor raakt Obelix een
beetje het spoor bijster en ik sprint naar voren om het team te leiden.
Volkomen totall loss komen we boven, waar een gebruinde heer weet dat de
rest naar beneden is, en dat
klopt, eerst nog over een
skihelling, dan over rotsen, dwars door de struiken en bosjes, door een
prachtig groen weiland en tenslotte de finish in een flinke modderpoel.
De handler is met de auto nog niet aangekomen, die moest 80 km.
omrijden. Ik geef de honden wat water en een snack en val uitgeput in de
slee. Binnen vijf minuten is iedereen in diepe rust, tot de auto na een
half uurtje aankomt. De honden lopen dan alweer fris
en kwispelen rond maar voor mij was deze etappe een regelrechte
aanslag op mijn krachten en reserves. Donderdag 22 maart 1990 Dondermorgen om zes uur word ik wakker van een snuffelende
natte neus in mijn gezicht. Nog een beetje slaperig peuter ik mijn
mummieslaapzak open, hij kraakt een beetje van het ijs, wat erop zit.
Naast me hoor ik gebrom uit een slaapzak van Santi, een musher uit
Andorra, komen en ook hij gaat krakend van het ijs zitten. De dag ervoor
waren we door de organisatie ondergebracht in een soort jeugdherberg,
toen we na het eten onze slaapplek wilden opzoeken bleek dit te bestaan
uit een minuscuul slaapzaaltje met acht bedjes waarvan er al zes vol
lagen met ronkende Belgen. Dit was werkelijk te eng en te benauwd, zo
dus snel de slaapzak opgezocht en buiten bij de honden een plekje
gezocht. Deze nacht hebben we prima geslapen. Na de honden en ook ons zelf gevoederd te hebben met de auto
60 km. rijden naar Saint Francois Longchamp, een luxe skioord halfweg de
helling naar de Col du Madeleine. Vandaag doen we twee etappes. Eerst om
twaalf uur een kleine ronde van 10 km. en om 18.00uur zou de start naar
de volgende etappeplaats Valmorel zijn. Volgens de plannen lopen we van
het dorp uit eerst iets naar beneden, maar omdat er totaal geen sneeuw
onder Saint Francois Longchamp ligt, werd er besloten dat we een stuk
van dezelfde trail zouden doen die we vanavond ook zullen lopen. Twee
kilometer een verijste skipiste op, dan nog 3 km. matig omhoog door ruw
terrein met veel zachte diepe sneeuw; erg vermoeiend voor de honden, dan
5 km. dalen door de zachte sneeuw, finish in een groen weiland. Het
stoppen met de teams geeft hier veel problemen,
de remmen op de slee werken niet echt op aarde en de meeste teams
komen pas tweehonderd meter verder, op de asfaltweg tot stilstand. Wat
ons team betreft, heb ik bemerkt dat Jarvi, een niet al te groot teefje,
veel moeite had om door de diepe sneeuw te lopen en omdat we vanavond
een stuk over dezelfde trail gaan, en wie weet wat daarna nog komt,
besluiten we om haar verder niet meer te laten lopen. De verdere middag
liggen de honden heerlijk in het zonnetje te slapen en dat hebben ze
zeker verdiend. Om 18.00 uur breekt weer de heksenketel los die er altijd bij
een start is. Zijn we op tijd, achter
wie moeten we, zit alles in de bagagezak, hebben de honden er zin in,
trekken de honden geen lijnen stuk, hoe laat is het nu, kortom allemaal
zenuwen. Dan gaat het weer los, dezelfde helling op als vanmorgen. Voor
Obelix komt dit een beetje ongeloofwaardig over en echt enthousiast gaat
hij niet naar boven. Hij kijkt eens om, pinkelt tegen een vlaggetje en
gelooft het eigenlijk wel. Zo dreutelen we een paar kilometer door,
eindelijk op het punt gekomen waar we deze morgen rechts om moesten gaan
we nu linksom de pasweg op en als bij toverslag komt de zin weer terug
en met een prima draf gaan we naar de top van de Col de Madeleine,
daar aangekomen weer van de weg af en over een smal pad langs de
helling richting Valmorel. Intussen is het schemerig geworden en ik moet
de hoofdlamp opzetten om de honden nog goed te kunnen zien. Dan een hoop
gele zwaailichten, vier levensgrote pistemachines staan bovenaan een
steile afdaling, een zwarte piste. Onderaan deze piste is de finish,
sneeuwkettingen uit, hard remmen maar toch gaan we nog met een
behoorlijk vaart naar beneden. Misschien duurde het maar 10 minuten maar
voor mij leken het wel uren. Het is namelijk een hele ervaring om in het
pikkedonker een als zeer gekwalificeerde skihelling af te suizen, maar
gelukkig komt iedereen zonder problemen beneden. Als ik de finish
passeer, roept de renleider, “het is een zware dag geweest, morgen
nemen we een rustdag” ik
ben blij dat te horen, want ik bemerk bij mezelf en ook bij de honden
een zekere vermoeidheid. Meer dan een uur na mijn aankomst komt de
handler met de auto, de omweg was niet zo veel, maar er moest eerst een
moeilijke pas afgedaald worden en daarna een nog moeilijker naar boven,
en dat gaat niet zo snel. Ik heb in de tussentijd de honden gevoerd en
zij liggen al snel nog in het harnas voor de slee te slapen. Nadat de
auto is aangekomen, de honden in de auto zitten en de slee op het dak
staat, gaan we opzoek naar het skistation waar we uitgenodigd zijn door
het stadsbestuur voor een koud-warmbuffet. Daar aangekomen zit het halve
dorp daar al, iedereen is in een feeststemming behalve de mushers, die
hangen een beetje vermoeid op hun stoelen. Na de prijsuitreiking worden
we opgeroepen voor een vergadering in een hoek van de zaal. Na een hoop
Frans gebrabbel, waar de meeste niets van verstaan, wat we wel begrijpen
is dat het gaat over of we nu wel of niet zullen starten morgen. Dan
opeens blijkt dat we gestemd hebben en dat er morgen wel gelopen wordt.
De meeste mushers zijn gelijk uitgefeest en zoeken snel hun bed op, om
toch vooral uitgerust te zijn voor de dag van morgen. Vrijdag
23 maart 1990 8e etappe Grand Naves – Grand Naves 20
km. Weer om zes uur opgestaan, als we buiten komen om de honden
te verzorgen, valt er een druilerige regen,
niet echt een goed begin voor een dag waar we na de perikelen van
gisteren toch wel tegen opzagen. Maar alla, de honden zien er
uitgeslapen uit en schrokken hun ontbijt naar binnen. Hier wordt tevens
de musher-meeting gehouden en om ons nog enigszins tegemoet te komen,
zal de trail aangepast worden. Vijf kilometer matig naar boven en vijf
kilometer rustig naar beneden, eerste
start om tien uur. Na het ontbijt in de auto’s om veertig kilometer
naar Grand Naves te rijden. Zo gauw we een paar meter naar beneden
rijden is er geen sneeuw meer, maar om te rijden is dit niet zo slecht.
Vrij snel komen we in Grand Naves aan, een klein boerendorpje met wat
krakkemikkige huisjes en geen sneeuw, maar dan wijzen de borden van de
sponsor ons de richting aan, berg op, de eerste twee kilometer over
asfalt en dan over een modderpad vol met gaten en kuilen, en het regent
nog steeds flink door. Eindelijk na een kilometer of vijf gereden te
hebben, zitten we muurvast in de modder. Na een beetje rond gekeken te
hebben blijkt de start maar tweehonderd meter verderop te zijn en we
besluiten van de auto af te starten en dan zien we later wel hoe we die
loskrijgen. Om ons enigszins tegemoet te komen was er door de
organisatie geregeld, dat we een eenvoudige trail zouden krijgen en ook
mochten we zonder de verplichte uitrusting lopen, nou, dat maakt toch
weer wat goed. Ondanks het feit dat de honden gisteravond goed moe
waren, bemerkten we daar nu niets meer van en zelfs de regen schijnt ze
niet te deren. Toen we de harnassen pakten begonnen ze alweer te joelen
en wilden ze gaan. Jammer voor Pepper en Jarvi, zij zagen er weer fit
uit maar mochten helaas niet meer meedoen. We hadden helaas geen
sprintslee meegenomen zodat
ik met een lege vachtslee moest lopen, dit is niet zo perfect, omdat een
lege vachtslee nogal moeilijk te besturen is, ik sta met mijn tachtig
kilo teveel naar achteren maar dit wordt anders gecompenseerd wordt door
zeventig kilo vacht. Nadat we de honden ingespannen hadden was het naar
de startlijn brengen van het team geen probleem, want de slee werd door
een dikke laag blubber getrokken. Een eenvoudige trail viel ook een
beetje tegen, vijf a zes kilometer naar boven zo’n 7 % en de rest naar
beneden, alleen de sneeuw was geen sneeuw, maar een twintig tot dertig
centimeter dikke laag met water doordrenkte drab. Vooral de deelnemers
in de Scandinaviën klas hadden het zwaar en moesten bijna de hele trail
met de ski’s onder de arm lopen. Desondanks deden onze honden het
goed, heel goed zelfs, ze lopen heel gemakkelijk door de diepe sneeuw,
waarschijnlijk komt dit door het feit dat we veel op het strand trainen.
Zo liepen we ondanks alles een goede race. Na de race kregen we van de
burgermeester een lunch aangeboden, in een echt boerenrestaurantje met
huisgemaakt voedsel, wat prima smaakten.
‘s Middags hadden we vrij en na de regen komt zonneschijn en zo
hebben de honden en ik heerlijk op een mooi grasveldje de hele middag
liggen slapen en dit hadden we toch wel nodig. ‘s Avonds
zijn we nog naar Megeve gereden, daar hadden we de caravan op de
heenweg neergezet. Zaterdag 24 maart 1990 Les Saisies – Megeve 25 km. Vandaag de laatste grote etappe, twaalf kilometer 7% stegen,
tien kilometer over de toppen en vijf kilometer pittige afdaling en
finish op het vliegveld van Megeve. De grote grap van vandaag is dat er
een massastart is. Dit is voor mij een nieuwe ervaring en ik heb geen
idee hoe dit uitpakt. De dag begint in ieder geval zonnig en in Les
Saisies, welk dorp zeker onder de categorie luxe skioorden valt, is het
een drukte van belang en ook bij de sledehondenrennen is zeer
veel publiek aanwezig. De parkeer- en stakeout plaats is overvol
en zeker 500meter van de startplaats verwijderd. Een kwartier voor de
starttijd wordt het een beetje chaotisch, iedereen gaat inspannen, de
honden zijn gespannen, sommige teams die klaar zijn lopen alvast naar de
start, van de teams die nog niet klaar zijn, staan de honden te jakkeren
in de harnassen. Het is verbazend dat met zoveel honden op een kluitje
alles door elkaar en er is geen hond die gromt of grauwt. Nog vijf
minuten voor de start, iedereen staat zo langzamerhand aan de honderd
meter brede startlijn, tussen de teams zijn doeken gespannen. De honden
vinden het wel vreemd, dat er allerlei vreemde geluiden van de andere
kant van het doek komen. De startlijn is iets schuin getrokken,
en zo dat, de opdat moment de tijdsnelste, een paar meter
voorsprong heeft op nr. 2 en nr. 2 heeft iets voorsprong op nr. 3
enzovoort. Dan wordt er een minikanon afgeschoten: 16 teams schieten
vooruit maar de honden reageren verrast, links honden, rechts honden,
Obelix gromt naar links, Qanaq de andere leidhond snauwt naar rechts,
het is moeilijk om de honden onder controle te houden maar toch blijven
ze goed doorlopen en dat is ook nodig want na driehonderd meter wordt de
honderd meter brede trail tijdens een pittige klimmetje versmald tot een
meter of vijf, ik kan mede dankzij het gedrag van de leidhonden de grote
drukte aardig voor blijven en schiet als vijfde de versmalling in. De
honden blijven goed doorlopen, ze jagen op de teams voor mij. Dit is de
eerste keer in negen dagen dat ik meer dan een 1 team zie. Het heeft
gezien de afstand voor mij geen zin om aansluiting te houden met mijn
voorgangers, want dan zou ik
de honden waarschijnlijk stuk lopen. Zo ga ik verder in mijn eigen
tempo, achter mij lopen nog drie teams,
ik ervaar dit als zeer onprettig ze willen passeren en als ze
gepasseerd zijn vallen hun teams stil. Dit haalt het ritme uit mijn
team. Bovendien moet ik ook iedere keer remmen en dat kost de honden
extra kracht. Ik besluit om een gat van een paar honderd meter te laten
vallen en verder te lopen in ons eigen ritme. De betreffende teams waren
alle voorgaande dagen in tijd langzamer dan ik, dus ik vermoed dat ik ze
straks wel weer tegen kom en inderdaad nog voor de tien kilometer om is,
haal ik al twee teams in en loop ze vrij simpel los. Het derde span is
wat verder uitgelopen en heb ik nog niet in zicht. Boven is het uitzicht
werkelijk formidabel. We lopen bovenop een bergrug en het uitzicht is
zowel naar links als rechts kilometers ver. Wat kan een mens zich nog
meer wensen: een lekker zonnetje, een goed lopend team en een groots
panorama. Maar nu genoeg gemijmerd. De afdaling gaat beginnen; steil
maar kort, trapsgewijs denderen we naar beneden. In de verte zie ik het
rode jack van mijn derde meeloper. Dan een bocht naar links en een
steile afdaling van een kilometer. Niet over sneeuw maar over
afwisselend ijs, gras keien en weer ijs, dan een grote bocht naar links,
een shock, midden in de bocht staat het team van de Fransoos, in een
reflex ruk ik de slee op een runner en snij zo dor de bocht, gelukkig
mis ik het span op een haartje. Met hoge snelheid schieten we door het
bos, een bocht naar rechts en we draaien de startbaan op, waar aan het
eind de finish is. Later hoorde ik van de Fransoos, dat zijn honden in
de bocht rechtdoor gelopen waren en dat hij net het hele spul weer op
trail had staan tot ik voorbij kwam. Toen kon hij weer opnieuw beginnen.
Voor de middag was er een informele persconferentie gepland. Men had
gevraagd of we in de buurt van de stakeout wilden blijven en als de
uitgenodigden, zoals de internationale pers: radio en tv-stations en
allerlei andere hooggeplaatste personen vragen hadden, die dan te
beantwoorden. Wel dat lukte aardig, en met allerlei lekkere hapjes en
drankjes werd het een heel gezellige middag. ’s Avonds vond de officiële
persconferentie plaats in het gigantische sportcomplex in Megeve. Na de
persconferentie kregen de mushers en hun begeleiders een diner in een
iets verderop gelegen jeugdherberg en zo zonder autoriteiten werd dit
een van de gezelligste maaltijden, waarschijnlijk ook door het feit dat
we nog maar 1 kleine etappe moesten en dat het ergste leed geleden was.
De nacht brachten we door in onze eigen caravan op de camping. Zondag 25 maart 1990 Megeve 2 km. voor de persHoewel dit eigenlijk maar een spelerij was, moesten we wel
alert blijven, want de tijd in deze etappe werd wel meegeteld in het
grote klassement en omdat ik als nummer 9 maar elf seconden voorstond op
nummer 10 en ik dat ook zo wilde houden, stonden we bijtijds op om
alles, evengoed als andere dagen te verzorgen. Er viel een druilerige
regen en het was behoorlijk koud, wat een verschil met gisteren toen was
het vijfentwintig graden met een lekker zonnetje. We waren ruim op tijd
klaar en reden maar vast naar de start op het vijftienhonderd meter hoog
gelegen vliegveld. De oorspronkelijke trail zou eerst door de straten
van Megeve lopen, maar in
het dorp was absoluut geen sneeuw meer. Als we bij het vliegveld
aankomen en op ons gemak een plekje zoeken, zijn er al teams
ingespannen: “War is er aan de hand?”, informeren we bij een voorbij
rennende musher. “Weet je niet dat vannacht de zomertijd is
ingegaan”, roept hij. We kijken elkaar aan, dan op onze horloges:
Lieve hemel, nog acht minuten om aan de startlijn te komen. Dan wordt
het wereldrecord slee van het dak halen, bagagezak inpakken en honden
inspannen gebroken en in volle galop sprinten we naar de start, die
echter niet te zien is, “Waar is de start?”, roepen we, “Hier dit
bospad in en 1 kilometer verderop”ook dat nog, weer in volle galop.
Ja, daar is de start, nou het valt mee, nog tien seconden over. De
honden lopen heel goed ze vinden het ook leuk om weer eens door een bos
te lopen en binnen enkele minuten zijn we alweer bij de finish. Dan valt
alle spanning weg. Mijn elf seconden heb ik ruim gehouden en de
wedstrijd is nu definitief afgelopen. Dan volgen nog vele toespraken en
daarna de prijsuitreiking. Intussen was de temperatuur onder de tien
graden onder nul gedaald en iedereen was blijk toen alles afgelopen was
en we in een hangar konden vluchten, waar een groots afscheidsdiner werd
gehouden. Na de maaltijd hadden we nog even het idee om alvast een
gedeelte van de terugreis te aanvaarden, maar nu alles voorbij was
bleken we daar toch te moe voor te zijn dus morgen maar rijden. Als we nu terugblikken over de laatste veertien dagen, moet
ik zeggen dat het een zeer goede wedstrijd is geweest, dat ik de
initiatiefnemers moet complimenteren en zeker de uitvoerende organisatie
heeft meer dan een pluim verdiend. De grote moeilijkheden die ze hadden,
doordat er te weinig sneeuw was, alles wat ze moesten improviseren, waar
wij weinig van merkten, altijd en overal de goede maaltijden en de prima
slaapgelegenheden, de uitgepijlde routes, die met de auto’s gereden
moest worden, het moet een gigantische klus geweest zijn. Voor ons is
het in ieder geval de mooiste wedstrijd tot nu toe geweest en voor
herhaling vatbaar. LEO DEN OUDENApril 1990
|